een oude computer

Wanneer werd de eerste computer uitgevonden?

een oude computerDe computer is inmiddels zo地 vanzelfsprekend onderdeel van ons leven dat we ons bijna geen bestaan meer zonder kunnen indenken. Zeker voor de jongere generatie is het moeilijk te geloven dat we ooit geen beschikking hadden tot oneindige hoeveelheden informatie, programma痴 en spelletjes. Als we echter zo地 vijftig jaar terug gaan in de tijd, zien we een volledig computervrije samenleving.

Het is erg moeilijk voor te stellen hoe de samenleving werkte zonder alle automatisering die we nu zo gewend zijn. De komst van de eerste computer heeft een ware revolutie op het gebied van technologie ontketend. Wanneer werd die computer eigenlijk uitgevonden en hoe hebben computers zich vanaf dat moment ontwikkeld tot de hoogst moderne machines die het vandaag de dag zijn?

De noodzaak van computers

Wanneer we willen begrijpen hoe en waarom de computer is uitgevonden, moeten we kijken naar de geschiedenis van het rekenen. Al sinds jaar en dag probeert de mensheid hulpmiddelen te ontwikkelen voor berekeningen die niet gemakkelijk uit het hoofd kunnen worden gemaakt. De meest rudimentaire manier is het noteren van een aantal getallen om vervolgens te proberen om deze getallen op te tellen. Men gebruikte een kerfstok om de schulden van een persoon vast te leggen (vandaar het gezegde ‘iets op je kerfstok hebben’). De volgende stap was de uitvinding van het telraam (abacus).

Berekeningen werden steeds ingewikkelder, dus de manieren om ze vast te leggen werden dat ook. Er kwamen logaritmetabellen als hulp bij het vermenigvuldigen en ook de rekenliniaal was een bekend middel. Deze verdween echter van de markt met de komst van de zakrekenmachine in de jaren ’70.

Van menselijke rekenmachines naar de eerste computer

De noodzaak van computers gaat echter verder terug. In het koloniale tijdperk was er al behoefte aan ingewikkelde berekeningen voor navigatiedoeleinden. In Engeland ontstonden er diverse centra met menselijke computers die de hele dag tabellen maakten. Deze tabellen vonden gretig aftrek, ook bij wiskundige Charles Babbage. De gedachte dat er in elke tabel onvermijdelijk fouten zaten, kwelde hem verschrikkelijk. Hij besloot te onderzoeken of het ook machinaal kon.

In 1822 bedacht hij de differentiemachine, een concept waarmee tabellen van veeltermen konden worden uitgeschreven. Het bouwen van de machine lukte echter niet, onder andere door de tandwieltechniek, die nog niet vergevorderd genoeg was om zijn ontwerp te accommoderen. In 1833 kwam hij daarom met het idee voor de analytische machine. Deze zou met de invoer van ponskaarten wiskundige berekeningen kunnen uitvoeren. Deze machine wordt algemeen beschouwd als het eerste concept van de moderne computer.

Babbage ging samenwerken met Ada Augusta (Lady Lovelace), die een hele reeks instructies schreef voor de machine. Ze ontwikkelde de subroutine, herkende de waarde van lussen en dacht na over de voorwaardelijke sprongroutine. Zij was in feite de allereerste programmeur. Helaas is de analystische machine nooit voltooid.

De eerste elektromechanische computer

De ontwikkeling van computers maakte even pas op de plaats tot Herman Hollerith eind 19e eeuw met telmachines kwam. Ook deze werkten weer op basis van invoer met ponskaarten. Er werden sorteermachines verbonden aan de telmachines, wat eenvoudige bewerkingen op bestanden met grote hoeveelheden gegevens mogelijk maakte.

De eerste echte computer werd daarna pas gebouwd in 1938, door Konrad Zuse. Zijn machine werkte ook mechanisch, maar Zuse maakte gebruik van het binaire stelsel. Een jaar later was de eerste elektromechanische computer een feit.

Elektronische computers

De ontwikkeling van computers raakte in vogelvlucht dankzij de Tweede Wereldoorlog. In het Verenigd Koninkrijk had men de Colossus waarmee berichten in Duitse code gekraakt werden. Het was de eerste elektronische computer en maakte gebruik van elektronenbuizen. In de Verenigde Staten was de eerste computer de ENIAC. Deze Electronic Numeral Integrator And Calculator was zo groot dat hij enkele klaslokalen in beslag nam. De computer gebruikte ongeveer net zoveel energie als een zware locomotief. In Nederland kregen wij de primeur met de ARRA I bij het Mathematisch Centrum.

Omdat er nog niet zoiets als een harde schijf bestond, was het invoeren van gegevens en programma’s een moeizaam karwei. Dit werd in het begin dus nog gedaan met schakelaartjes en ponsband, daarna met ponskaarten en tot slot met magneetbanden.

De komst van de PC

Eind jaren ’70 kreeg een groep van twaalf technici bij IBM de opdracht om een computer te ontwikkelen voor persoonlijk gebruik. Deze groep stond bekend als de Entry Systems Division en werd geleid door Don Estridge. IBM vond dat de bestaande machines niet geschikt waren voor persoonlijk gebruik en wilde een nieuw apparaat. Al binnen een jaar had het team een eigen ontwerp bedacht. Hiervoor gebruikten ze onder andere de eigenschappen van bestaande machines op de markt en integreerden dit in een heel nieuw design. Ze deden zo min mogelijk werk zelf en kochten de componenten voor de machine bij andere bedrijven.

IBM kocht bijvoorbeeld een nog te ontwikkelen besturingssysteem bij een klein en obscuur bedrijfje genaamd Microsoft. Microsoft had hier zelf eerst het programma QDOS (Quick and Dirty Operating System) van een ander bedrijfje gekocht. IBM nam dit programma over en installeerde het als PC-DOS. Op 12 augustus 1981 werd de personal computer gepresenteerd door IBM: de 5150 IBM Personal Computer. De eenvoudigste uitvoering had een toetsenbord en een systeemkast en was voorzien van 40K Rom en 16K Ram. Programma’s moesten worden opgeslagen op een cassetterecorder. De pc werd direct zeer populair: een klein jaar later werd er al een computer per seconde verkocht.

De ontwikkeling van de pc

De pc werd steeds populairder en ook in het zakenleven ging men het belang van een personal computer inzien. Hiermee zagen de eerste praktische en nuttige toepassingen het licht. Omdat IBM alle componenten van de pc gewoon gekocht had op de markt en Microsoft het besturingsprogramma zelf mocht blijven verkopen onder de naam MS-DOS, kon elke fabrikant de pc namaken.

Er ontstond een wildgroei aan personal computers. Deze periode duurde niet lang en na een genadeloze concurrentieslag kwam IBM met haar pc als winnaar uit de bos. IBM had de grootste markt ontwikkeld en hield zich als enige staande. Althans, er was nog een fabrikant die overeind wist te blijven, omdat het zich op een nichemarkt (desktop publishing) richtte. Dit bedrijf was Apple.

Na de overwinning van IBM ging het snel met de pc. Het apparaat werd steeds goedkoper en gemakkelijker in gebruik. De pc verscheen daardoor ook steeds meer in huishoudens en bedrijven. Laptops kwamen op de markt en de voortgaande miniaturisering leidde ertoe dat steeds meer apparaten computergestuurd werden. Denk hierbij aan digitale camera’s, wasmachines met digitaal display en digitale magnetrons.

Mobiele apparaten

Sinds 2006 zijn smartphones en andere mobiele apparaten zoals tablets doorgebroken. Hierdoor is een hele nieuwe markt ontstaan voor allerlei apps. Van spelletjes, tot nuttige apparatuur zoals navigatie.

De technologie zal zich alleen nog maar verder gaan ontwikkelen, wat het toekomstbeeld onmogelijk te voorspellen maakt. Zeker is echter dat we over nog eens vijftig jaar mogelijkheden hebben die we ons nu nog niets eens kunnen voorstellen.






                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   

Auteur: Rowanblom
Aantal keer gelezen: 9648x
Toegevoegd: 01-02-2016 21:24
Gewijzigd: 26-02-2016 14:21

Relevante links

Categorieën

Er zijn reeds 2767 artikelen toegevoegd op deze website.
De copyrights van infobron.nl zijn van toepassing!