post brieven

De posttarieven stijgen in 2017 opnieuw, hoe zit dat?

post brievenIn september 2016 werd bekend dat de Autoriteit CommerciŽle Markten aan PostNL toestemming verleende om de tarieven vanaf 1 januari 2017 te laten stijgen met maar liefst 8 %. Op 10 oktober van dat jaar werd duidelijk wat dat betekent voor het basistarief, dat stijgt met 5 cent naar Ä 0,78. Waarom zijn al die tariefsverhogingen nodig?

Snelle stijgers

Het zal niemand die wel eens een brief of kaart verstuurd zijn ontgaan. De postzegeltarieven zitten in de categorie ‘snelle stijgers’. Jaar na jaar wordt het posttarief met vele procenten verhoogd. Plakte je in 2012 nog een postzegel ter waarde van 50 cent op een binnenlandse brief onder de 20 gram, vanaf 1 januari 2017 wordt dat 78 cent.  Dat betekent dat de prijs in vijf jaar tijd met een dikke 50 % is gestegen. Dat is wel een hele forse verhoging, en dat dit weerstand en onbegrip in de samenleving oproept mag duidelijk zijn.

Een stukje postzegelgeschiedenis

Voor we bekijken wat de reden voor de drastische prijsverhogingen zijn is het goed in het verleden van de postzegel en de postverwerking te duiken. Tegenwoordig betaal je vooraf voor de diensten die PostNL voor je gaat verrichten, vroeger was het andersom. Niet de verzender van het poststuk betaalde, maar de ontvanger moest de beurs trekken. Dat leidde natuurlijk tot problemen. Op de eerste plaats had niet iedereen het geld om voor het ontvangen van een poststuk te betalen, of de ontvanger bleek afwezig, verhuisd of misschien wel overleden. Het poststuk moest dan worden teruggestuurd naar de afzender. Je begrijpt, dat is twéé keer vervoeren, maar géén betaling. In mei 1840 kwam hier een drastische verandering in, toen in Engeland de allereerste postzegel op een brief werd geplakt. Nu betaalde de verzender door het plakken van de postzegel in het vooruit voor de te leveren postdienst. Was een ontvanger niet thuis, dan was er geen probleem, de brief werd gewoon in de brievenbus gestoken. In een tijd dat arbeid niet duur was kon de prijs van een postzegel erg laag blijven. De eerste Nederlandse postzegels  in 1852 met een beeltenis van koning Willem III  hadden een waarde van een 5, 10 en 15 centen. En dat waren gulden-centen, een tegenwoordige euro-cent zou  een waarde van 2,2 gulden-cent  hebben. Maar omdat andere communicatiemiddelen ontbraken was de postdienst zo populair dat er geen hoger bedrag nodig was.

Goede voorzieningen

Met het uitrollen van de postdiensten is er een heleboel gemak gekomen. Iedereen heeft op korte afstand van zijn woning een brievenbus, waar de te verzenden poststukken in gedeponeerd kunnen worden. De post wordt elke dag door een medewerker van PostNL opgehaald, gesorteerd en verzonden. Daar wordt de post opnieuw gesorteerd, nu naar postcode, straat en nummers, en vervolgens bij je afgeleverd. In de regel wordt een brief die tijdig is gepost op de volgende dag al op de plaats van bestemming bezorgd. En dan mag het niet uitmaken of een brief in Maastricht of in Groningen is gepost om in Groningen te worden bezorgd. Om dat voor elkaar te krijgen is er een grote en strakke organisatie nodig.  Het aantal poststukken groeide jaarlijks flink, zeker toen ook bedrijven hun zakelijke post en reclame via de postdiensten gingen laten bezorgen. Binnen PTT (Posterijen, Telegrafie en Telefonie), het bedrijf dat destijds voor post en telefoon zorgde) was de postdienst na de opkomst van de telefoon altijd al in zwaarder weer en regelmatig een verliesgevend onderdeel.

Digitale communicatie

Maar de tijden veranderen, de jaarlijkse stijging van het aantal poststukken is tot staan gekomen en heeft een vrije val ingezet. De reden hiervoor ligt in de moderne digitale communicatie. Waar je vroeger een brief schreef om eens lekker bij te praten of iemand te feliciteren wordt nu een mailtje gestuurd of een berichtje geplaatst op WhatsApp, Facebook, Allo of Telegram.  Of er wordt gebruik gemaakt van een van de vele andere mogelijkheden die de digitale social media ons bieden. Vanaf het moment dat zo’n beetje alle huishoudens over computers en smartphones beschikten én bovendien gebruik gingen maken van breedband-internet begon de interesse in de post, die uiteraard veel trager werd bezorgd dan de digitale variant, af te nemen.  Een simpel berichtje via digitale communicatie bereikt de ontvanger niet alleen een heel stuk sneller, het is ook een stuk voordeliger. Hoe gezellig en sfeervol een handgeschreven briefje of kaartje ook is, het valt niet mee daar tegen te concurreren.

De dienst intact houden

Met het inzakken van de aantallen poststukken zakten ook de inkomsten. Minder brieven betekent minder postzegels. Maar hoewel het aantal poststukken en de daaraan gekoppelde inkosten elk jaar lager werden, moesten toch de dienstverlening en de service op hetzelfde peil blijven. Dat betekent dat alle brievenbussen toch elke dag geleegd moeten worden, dat op de sorteercentra toch alle post moet worden gesorteerd . De vrachtauto’s van PostNL moeten toch elke avond en nacht de post naar verderop gelegen distributiecentra brengen voor verdere verwerking en de volgende dag moeten nog steeds de bestellers op pad om de post te verzorgen. Het is onmogelijk om met beduidend lagere inkomsten hetzelfde service-apparaat intact te houden.

Maatregelen nemen

Met elk jaar verder dalende postvolumes en tegelijkertijd een volwaardige dienstverlening was het onvermijdelijk dat er maatregelen genomen moesten worden. Er zijn twee manieren om inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht te krijgen. Enerzijds door het doorvoeren van de nodige bezuinigingen, anderzijds door het tarief te verhogen.  Zo werd bezuinigd op de brievenbezorgers, de postkantoren en is de maandag als vaste bezorgdag voor gewone post vervallen. Maar dat was lang niet genoeg. Dus ook de prijzen gingen stijgen.

Stijgend posttarief

Toen de euro in 2001 het wettig betaalmiddel werd stond het posttarief op 39 cent. Dit tarief bleef redelijk lang staan, tot 2006. In 2006 kwam het tarief op 44 cent en weer bleef dit lang staan, deze keer 6 jaar. Maar toen was het met de rust gedaan. Alle mogelijke bezuinigingen en manieren om het werk efficiënter te laten verlopen hadden onvoldoende geholpen. Vanaf 2012 begon het posttarief aan een jaarlijkse opmars, kijk maar eens naar dit overzicht van het posttarief voor poststukken t/m 20 gram.

  • 2001, 1 januari: 39 cent
  • 2006, 1 januari: 44 cent
  • 2012, 1 januari: 50 cent
  • 2013, 1 januari: 54 cent
  • 2013, 1 augustusL 60 cent
  • 2014, 1 januari: 64 cent
  • 2015, 1 januari: 69 cent
  • 2016, 1 januari: 73 cent
  • 2017, 1 januari: 78 cent

 

Andere landen

De verschuiving van geschreven poststuk naar e-mail, waarbij het aantal verstuurde poststukken drastisch afneemt, is geen puur Nederland fenomeen. Je zit dit overal om ons heen, en het effect op de posttarieven is dan ook een internationaal gegeven. Wie denkt in het buitenland goedkoper uit te zijn moet helaas teleurgesteld worden, ook daar zijn de posttarieven de laatste jaren flink gestegen.

Gaat dit nog door?

Het is de verwachting dat de daling van het postvolume (in 2015 met wel  11 %) nog even doorgaat voor er een nieuw evenwicht is bereikt. Dat tot die tijd ook het posttarief in een opwaartse beweging zal zitten lijkt onvermijdelijk.






                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   

Auteur: JvG
Aantal keer gelezen: 889x
Toegevoegd: 11-10-2016 14:16
Gewijzigd: 12-10-2016 16:16

Relevante links

Categorieën

Er zijn reeds 2209 artikelen toegevoegd op deze website.
De copyrights van infobron.nl zijn van toepassing!