Soorten tuinkabouters om je tuin mee op te fleuren

Soorten tuinkabouters om je tuin mee op te fleuren

Soorten tuinkabouters om je tuin mee op te fleurenTuinkabouters zijn tuinornamenten in de vorm van kleine, mensachtige wezens gekend als kabouters. Doorgaans worden deze figuurtjes gekenmerkt door een lange baard, grote neus en rode puntmuts. Tuinkabouters zijn gewoonlijk tussen de 30 en 60 centimeter groot.

Tuinkabouters zijn tuinornamenten in de vorm van kleine, mensachtige wezens gekend als kabouters. Doorgaans worden deze figuurtjes gekenmerkt door een lange baard, grote neus en rode puntmuts. Tuinkabouters zijn gewoonlijk tussen de 30 en 60 centimeter groot. Oorspronkelijk vooral gebruikt als tuindecoratie voor welstellende Europeanen, zijn tuinkabouters nu wijdverspreid en niet meer weg te denken uit tuinen in de westerse wereld. Ze zijn ingeburgerd bij alle sociale klassen en kwatongen bestempelen ze weleens als kitsch.


Geschiedenis van tuinkabouters

Oude Rome
In het oude Rome waren heel wat Romeinse tuinen gedecoreerd met kleine beeldjes van de Grieks-Romeinse vruchtbaarheidsgod Priapus (ook wel Priaap in het Nederlands). Priaap was echter ook de beschermer van vruchtdragende tuinen, planten en vee. Ter ere van deze god en ter bescherming van de oogst werden kleine, rode Priapus-beelden met een gigantische fallus neergezet in boom- en wijngaarden. Deze beelden hadden ook een praktische functie. Ze deden eveneens dienst als vogelverschrikker en moesten dieven afschrikken. In de sculpturen was soms ook een fontein afgebeeld waarin dan het water uit het geslachtsdeel van Priaap stroomde. Sommige bronnen beweren dat de hedendaagse tuinkabouters afstammen van deze Priapus-beelden.

Renaissance
Een meer aanvaarde theorie is dat de actuele tuinkabouters teruggaan tot de eerste verhalen over kabouters als mythische wezens. Deze creaturen werden in de Renaissance voor het eerst omschreven door de Zwitserse alchemist Paracelsus als kleine wezentjes van twee duim hoog die nogal mensenschuw waren. Precies omdat deze periode in de geschiedenis gekenmerkt wordt door een hernieuwde oriëntatie op de klassieke oudheid, is het niet denkbeeldig dat de oude Priaap-beelden zo weer in de mode kwamen en in een ander kleedje gestopt werden. Toen prijkten de een meter grote en opzichtig geschilderde beelden vooral in de tuinen van de hogere klasse.

Achttiende en negentiende eeuw
Pas in de achttiende eeuw groeiden de tuinkabouters in bepaalde streken in Europa, vooral dan in Duitsland en Zwitserland, uit tot populaire huishoudelijke decoraties. De omgeving rond het Zwitserse dorp Brienz stond toen bekend voor de productie van houten huisdwergen. In Duitsland waren de tuinkabouters geïnspireerd op volksverhalen en mythes over dwergen die mensen zouden helpen bij klusjes op de boerderij of in de mijnen. Het wereldberoemde sprookje De Kabouters van de gebroeders Grimm uit 1806 over een arme schoenmaker die ’s nachts stiekem geholpen werd door kaboutertjes, heeft zeker bijgedragen aan het succes van tuinkabouters.

Eerste helft van de twintigste eeuw
In de twintigste eeuw zouden tuinkabouters als populaire tuindecoratie de wereld pas echt beginnen veroveren. Die verwezenlijking wordt toegeschreven aan Sir Frank Crisp en zijn park Friar Park, waar een van de grootste collectie tuinkabouters in het Verenigd Koninkrijk werd tentoongesteld. Het was hier waar mensen vanuit alle uithoeken van de wereld, wellicht voor de eerste keer in hun leven, een glimp opvingen van deze fascinerende tuinornamenten. De reputatie van de Duitse tuinkabouters kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog een beetje in verval, maar in de jaren ’30 sloot de mensheid ze weer massaal in hun harten dankzij de Disneyfilm Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen. Na de Tweede Wereldoorlog braken er opnieuw slechte tijden aan voor de tuinkabouters. De fabrikanten leden onder de zware naoorlogse crisis en de meeste makers van tuinkabouters hielden het voor bekeken.

De jaren ’60 en 70
De uitvinding van plastic blies ook de tuinkabouters nieuw leven in. De plastic tuinkabouters die je vandaag ziet, werden immers voor het eerst gemaakt in het begin van de jaren ’60. De echte terracotta tuinkabouters waren vanwege de hoge prijzen maar voor weinig mensen weggelegd. Dat veranderde toen Tsjechische en Poolse fabrieken goedkope kunststoffen imitaties begonnen te maken. Vandaag de dag zijn er nog maar weinig ambachtslieden die tuinkabouters met de hand en uit klei vervaardigen. In de jaren ’70 boomde het fenomeen van de kleine mannetjes pas helemaal met de creatie van meer humoristische en ondeugende tuinkabouters.






De jaren ‘90
In de jaren ’90 was het een tijdje mode om practical jokes uit te halen met tuinkabouters door ze uit de tuinen van nietsvermoedende mensen te stelen en de eigenaars vervolgens foto’s te sturen. Er ontstond zelfs een heus Tuinkaboutersbevrijdingsfront van mensen die het immoreel vonden om tuinkabouters op te sluiten in tuinen. De bekendste vereniging die zich inzette voor de vrijheid van tuinkabouters was het Franse Front de Libération des Nains de Jardin (FLNJ). In Nederland haalde het Kabouter Bevrijdings Front het nieuws toen ze in januari 2000 op grote schaal tuinkabouters ‘bevrijdden’ en loslieten in parken en speeltuinen.


Soorten tuinkabouters

Tuinkabouters zijn meestal mannelijk, hebben een witte lange baard en gaan getooid met de karakteristieke rode puntmutsen. Vrouwelijke tuinkabouter hebben dezelfde kenmerkende rode hoed, dragen een sobere jurk en zien er soms meer uit als heksen. Hoewel de huidige tuinkabouters niet meer het doel dienen om geluk te brengen voor de oogst, is het vaak al voldoende dat ze de toeschouwers een glimlach op hun gezicht toveren. Tuinkabouters zijn er dus niet meer om geluk te brengen, maar om mensen gelukkig te maken.

De tuinkabouters kunnen onderverdeeld worden in drie categorieën:

  • Werkkabouters: Deze tuinkabouters dragen gereedschappen zoals een visnet, een schop of een hamer.
  • Vrijetijdskabouters: Deze tuinkabouters luieren en genieten erop los en hebben attributen als een pijp en een knapzak.
  • Culturele tuinkabouters: Dit zijn tuinkabouters die van meer verheven activiteiten houden zoals muziek of lezen.

De poppetjes beelden vaak recreatieve activiteiten uit zoals dutjes doen of vissen. Vandaag de dag bestaan tuinkabouters in alle mogelijke vormen en kleuren. Er zijn stoere tuinkabouters in leren jack en spijkerbroek, barbecueënde tuinkabouters, bierdrinkende dwergen of meer lugubere varianten met een mes in de rug of met een beulenkap over hun hoofd. En dan zijn er natuurlijk nog de ondeugende tuinkabouters die hun broek afsteken (beter bekend als de moonende tuinkabouter), tot groot jolijt van de verbaasde voorbijgangers.


Lampy, de oudste en duurste tuinkabouter ter wereld

In 1847 bracht Sir Charles Isham vanuit Duitsland 21 zeldzame tuinkabouters vervaardigd van terracotta mee naar Engeland. De tuinkabouters veroorzaakten een schokgolf van zodra ze voet aan wal op het eiland zetten. Van die 21 kabouters overleefde er slechts eentje. De dochters van Isham vonden die kleine creaturen (onbegrijpelijk genoeg) maar niets en gooiden ze bij het huisvuil. Eentje wist aan hun aandacht te ontsnappen: Lampy. Hij staat nu tentoongesteld in het Lamport Hall museum en wordt met 150 jaar beschouwd als de oudste tuinkabouter ter wereld. Lampy is meteen ook de duurste tuinkabouter op onze planeet. Hij is verzekerd voor meer dan een miljoen euro en zijn veilingwaarde wordt geschat op meer dan twee miljoen euro!


Materialen

Oorspronkelijk werden tuinkabouters vervaardigd uit terracottaklei dat in een mal werd gegoten. Daardoor kreeg de tuinkabouter vorm en werd de binnenkant uitgehold, waardoor een kleien omhulsel overbleef. De tuinkabouter werd dan uit de mal gehaald, gedroogd en gebakken in een oven om te verharden. Eenmaal afgekoeld, werd de kabouter geschilderd. De moderne tuinkabouters zijn vervaardigd van harsen en gelijkaardige materialen.

Kleien en stenen tuinkabouters
Wanneer je vandaag nog voor een kleien tuinkabouter kiest, houd ze tijdens de winter dan binnen en plaats hen in een vorstvrije omgeving. Een andere variant zijn de stenen en betonnen tuinkabouters. Deze kabouters kunnen echter snel beschadigd raken door vocht, vooral dan in de winter. Als de tuinkabouter geschilderd is, plaats ze dan op een droge plaats, weg van sneeuw en regen. Anders zal hun kleur snel vervagen en stralen ze niet meer die vrolijkheid uit waarvoor ze precies aangekocht werden.

Tuinkabouters uit hars en plastic
Tuinkabouters uit hars zijn duurzaam en makkelijk te onderhouden. Het materiaal waarmee ze gemaakt worden is een synthetisch polymeer en is weerresistent. Harsen tuinkabouters zijn aantrekkelijk vanwege hun glans en heel betaalbaar. En dan zijn er natuurlijk nog de plastic tuinkabouters. Het grote voordeel van plastic tuinkabouters is dat ze vrijwel een onbeperkte levensduur hebben. Een goede tip om deze tuinkabouters in een voortreffelijke staat te houden is door hen minstens een keer per jaar te behandelen met was.

Tuinkabouters hebben altijd een belangrijk onderdeel uitgemaakt van onze tuinen en tuinarchitectuur. Hoewel tuinkabouters nooit helemaal veilig zijn geweest in onze tuinen, zijn ze er om te blijven en het is uitkijken naar de volgende kleurrijke stap in hun leven.






                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   

Auteur: MariekedeBruijn
Aantal keer gelezen: 704x
Toegevoegd: 08-03-2021 21:33
Gewijzigd: 09-03-2021 08:35

Relevante links

Categorieën

Er zijn reeds 3005 artikelen toegevoegd op deze website.
De copyrights van infobron.nl zijn van toepassing!