Het zou natuurlijk fijn zijn als we je van te voren konden vertellen hoelang je bevalling gaat duren. Maar helaas, de duur van bevallingen loopt sterk uiteen. Van slechts één uur tot een heel etmaal.
Natuurlijk kunnen we je wel een gemiddelde geven: de bevalling van je eerste kind duurt gemiddeld 12 tot 16 uur. Over het algemeen gaat de bevalling sneller bij een tweede of volgende kind.
Dit is waarschijnlijk de meest gestelde vraag over bevallen: waaraan merk je dat de bevalling begonnen is? Er zijn verschillende dingen waaraan je het begin van de bevalling kan herkennen:
*Alhoewel het verliezen van de slijmprop kan wijzen op het begin van de bevalling, zijn er ook tal van vrouwen die de slijmprop al dagen voor de bevalling verliezen.
Tijdens je zwangerschap wordt er in je baarmoedermond een slijmprop gevormd. Deze prop beschermt je ongeboren baby tegen infecties. Als je de slijmprop kwijtraakt, kan je dit herkennen aan rozig slijm. Soms bevat dit slijm ook wat bloed. Er zijn echter ook veel vrouwen die niets merken van het verliezen van de slijmprop.
Bij 1 op de 10 gevallen begint de bevalling met het breken van de vliezen. Dat hoeft zeker niet altijd met een hele plons vruchtwater gepaard te gaan. Als het hoofdje van je baby diep is ingedaald, blijft het meestal bij enkele druppels.
Tenzij je iets anders met je verloskundig of de gynaecoloog hebt afgesproken, kan je na het breken van je vliezen gewoon afwachten tot de weeën komen. Soms komen de weeën snel op gang, maar het kan ook zijn dat ze een tijd op zich laten wachten. Normaal gesproken mag je het op gang komen van de weeën 24 uur thuis afwachten. Heb je na 24 uur nog steeds geen weeën? Dan moet je naar het ziekenhuis.
Heb je al weeën en breken daarna pas je vliezen? Geef dit dan altijd direct door aan je verloskundig of de gynaecoloog.
Bij de meeste vrouwen, zo’n 60%, breken de vliezen pas als je bevalling al een tijd op gang is en de ontsluiting bijna volledig is.
Ook bij het persen loopt de tijdsduur natuurlijk flink uiteen, maar bij een eerste bevalling duurt het vaak één tot anderhalf uur. Bij een tweede of volgende bevalling is de kans groot dat het persen korter duurt.
Al weken voor je bevalling kan je last krijgen van harde buiken, ook wel oefenweeën of voorweeën genoemd. Dit zijn samentrekkingen van de baarmoeder die vervelend kunnen aanvoelen, maar nog niet erg pijnlijk zijn. Harde buiken hoeven niet te wijzen op een naderende bevalling. Je krijgt van deze oefenweeën ook nog geen ontsluiting.
Als je druk bezig bent geweest, als je baby druk aan het bewegen is of wanneer je een volle blaas hebt, krijg je sneller last van harde buiken.
Voelen de oefenweeën erg vervelend aan? Ga dan even op je zij liggen. Adem diep in door je neus, houd je adem een paar seconden vast en adem daarna langzaam weer uit.
Iedere vrouw weet wel dat weeën bij een bevalling horen, maar wat zijn weeën eigenlijk precies? Bij weeën trekt de baarmoederspier samen. Deze samentrekkingen zorgen ervoor dat de baby tegen de baarmoedermond aandrukt. Hierdoor opent de baarmoedermond steeds verder.
Weeën zijn erg pijnlijk. Maar juist pijnlijke en krachtige weeën zorgen voor goede ontsluiting.
Als je volledige ontsluiting hebt krijg je meestel persweeën. Deze weeën zijn niet weg te puffen: ze zijn een stuk heftiger dan de ontsluitingsweeën. Tijdens de weeën span je automatisch je lichaam en voel je een sterke drang om mee te persen. Deze krachtige weeën zorgen ervoor dat je baby door het geboortekanaal heen naar buiten wordt geperst.
Nadat je bevallen bent, kan je nog last krijgen van naweeën. Hoe heftig deze zijn en hoelang je hier last van hebt, verschilt sterk per vrouw. Ze zijn in ieder geval een stuk minder heftig dan tijdens je bevalling, maar kunnen alsnog flink pijnlijk zijn. Vaak zijn de naweeën bij een tweede of volgende kind heftiger dan na je eerste bevalling. Als het nodig is, kan je tegen de pijn een paracetamol nemen of warme kruik tegen je buik leggen.
Deze naweeën zijn nuttig. Ze zorgen er namelijk voor dat je baarmoeder samentrekt. Na negen maanden zwangerschap is je baarmoeder natuurlijk flink opgerekt. Na je bevalling moet je baarmoeder dus weer slinken.
Het opengaan van de baarmoedermond noemen we ontsluiting. De ontsluiting begint pas na het verstrijken van je baarmoedermond. Door de ontsluitingsweeën gaat je baarmoedermond steeds een stukje verder open, totdat je 10 cm ontsluiting hebt. Zodra je 10 cm ontsluiting hebt, begint de uitdrijving.
Je hoort vaak over ontsluiting, maar voordat de ontsluiting begint, moet je baarmoedermond eerst verweken en verstrijken. Verstrijken betekent het korter en platter worden van de baarmoedermond. Voordat je bevalling begint, heeft je baarmoeder namelijk de vorm van een tuutje dat heel stevig dicht zit. Bij het verstrijken verdwijnt dit tuutje en wordt je baarmoedermond helemaal plat.
Tijdens het eerste deel van je weeën krijg je normaal gesproken dus nog geen ontsluiting, omdat de verstrijking dan nog bezig is. Gelukkig zijn de weeën in deze fase vaak nog niet zo heftig.
Met de uitdrijving van de baby wordt de fase bedoeld waarbij de baby de baarmoeder verlaat en door het baringskanaal naar buiten komt. De uitdrijving gaat als het goed is gepaard met persweeën. Deze weeën helpen je om de baby naar buiten te persen.
Nadat je kindje geboren is, moet ook de placenta nog geboren worden. Dit noemen we de nageboorte. Meestal wordt deze vanzelf geboren binnen een half uur na je bevalling. De verloskundige zal dan controleren of de nageboorte helemaal compleet is. Dit doet ze om er zeker van te zijn dat er niets in de baarmoeder is achtergebleven.
Als je wilt, kan je er zelf voor kiezen om in het ziekenhuis te bevallen zonder medische noodzaak. Dit noemen we een poliklinische bevalling. Er zijn hiervoor speciale verloskamers ingericht in het ziekenhuis.
Je eigen verloskundige is dan bij je bevalling aanwezig. Zij komt eerst bij je thuis langs om te kijken hoe de bevalling vordert. Zodra je vijf centimeter ontsluiting hebt, vertrek je naar het ziekenhuis.
De reden waarom vrouwen voor een poliklinische bevalling kiezen is dat ze het geruststellend vinden dat specialisten en extra medische hulp dichtbij zijn. Mochten er complicaties optreden tijdens de bevalling, is er binnen een mum van tijd een specialist bij. Je hoeft dan niet zelf nog tijdens je bevalling naar het ziekenhuis te worden vervoerd, met alle stress die daarbij komt kijken.
Bij de keuze van de plaats van bevalling, gaat het vooral om waar jij jezelf het prettigst bij voelt. Voor een goed verloop van je bevalling is het namelijk belangrijk dat je jezelf kan ontspannen. Veel vrouwen kunnen beter ontspannen in hun eigen omgeving en kiezen daarom voor een thuisbevalling.
Bovendien zit je bij een thuisbevalling niet met de onnodige stress van naar het ziekenhuis gaan. Ook kan je direct na je bevalling genieten van je kindje in je eigen omgeving.
Soms is het noodzakelijk om in het ziekenhuis te bevallen. We noemen dit een klinische bevalling. Je bevalling wordt dan begeleid door een gynaecoloog. Er zijn verschillende redenen waarom een ziekenhuisbevalling noodzakelijk kan zijn. Enkele veel voorkomende redenen zijn:
Soms treden er tijdens de bevalling complicaties op waardoor er op dat moment wordt besloten om een keizersnede uit te voeren. Het kan echter ook zo zijn dat er van te voren al een keizersnede wordt ingepland. Enkele veel voorkomende redenen hiervoor zijn:
Wanneer de gezondheid van jou of je kindje tijdens de bevalling in gevaar komt, wordt er over gegaan op een spoedkeizersnede. Redenen hiervoor kunnen zijn: